Duikreis Svalbard (Spitsbergen), juni 2002

17 juni. Net het hoofd boven water stekend zie ik kleine glazen scherfjes drijven… aan het begin van de duik waren die er niet. Kijk nog eens goed, ja, ijs! De kleine scherfjes zijn de voorbodes van grotere brokken ijs; even later is de zojuist nog blauwgroene baai vol gedreven met flinke stukken pakijs.

De eerste duik maken we vanaf een beschut keienstrandje, aan de voet van steile wand in het Krossfjord. Een makkelijke locatie en bedoeld om de uitrusting en het lood te checken. Met de zodiac varen we naar die plek. De kans is heel groot dat daar nog nooit iemand heeft gedoken, dat geldt voor verreweg de meeste plaatsen in dit gebied. De diepte wordt gepeild en plaatselijk gaat het naar 75 meter; de rotswand loopt onder water vrij steil door. Dat biedt perspectief voor een leuke duik. Het is voor de eerste duik in deze kou prettig om op de oever de uitrusting aan te trekken. Het is echt wel even wennen met zo’n dik onderpak en de extra laagjes kleding daar nog onder, die warme maar dikke winterwanten aan, de bewegingsvrijheid wordt er aanzienlijk minder door. En spannend is het natuurlijk ook, hoe zou het zijn!
Onze gidsen zijn Mike en Adam. Zij blijven op de twee zodiacs boven ons varen, voorzien van jachtgeweer, walkie-talkie en een klopijzer om ons in geval van gevaar terug te seinen. Mijn buddy is een Italiaan, die direct ook zijn camera gaat uitproberen. Oké-teken en we duiken. Het water is licht en van een bijzonder soort grijzig-groen. Niet echt glashelder, maar na de eerste meters toch wel een meter of 10 zicht. De wand waarlangs we naar beneden zakken is dun begroeid met kelp. Al snel zien we een bizarre vis tegen de helling liggen, een wolf-ale; grote kop en weinig, slangachtig lijf. Hij blijft rustig op z’n plek en Vincenzo maakt opnames. Een zeester als een kussentje, met korte dikke armpjes; spinkrabben, slakken, schelpen, nog andere zeesterren en een paar kwallen. Het landschap naar beneden ziet er verleidelijk uit. Grote stenen uitgezaaid over de helling en eigenlijk zou ik willen weten hoe het daar de diepte in verder gaat… We blijven rond de 20 meter, daar is genoeg te fotograferen voor mijn buddy. Minpuntje is dat hij alleen maar oog voor zijn camera + onderwerpen heeft. Het enige contactmoment van zijn kant is, als we na een half uurtje om moeten keren om terug te gaan. Hij had het beslist niet opgemerkt als ik bijv. even naar 40 meter zou zijn geweest of mijn nieuwste onderwater goocheltruc had gedaan... Na zo’n drie kwartier duiken wordt het toch wat fris (watertemperatuur 1oC) en geef ik aan dat we, volgens afspraak, een veiligheidsstop maken op 6 meter. Hij knikt ja en verdwijnt vervolgens tussen de kelp in de wat troebele bovenlaag. We zijn vlak bij de kant, dus maak ik mijn stop af. Bovengekomen blijkt dat hij het niet meer houdt van de koude handen, zijn drooghandschoenen knellen en laten geen lucht in. Te koud om zijn uitrusting uit te krijgen of om nog iets vast te houden. Adam geeft hem assistentie. En, goeie duik gehad? Afgezien van het gedrag van mijn buddy zeer zeker! Pak zit goed, lood genoeg, alles functioneert en het zwééft, prachtig! ‘s Avonds in de bar kom ik Vincenzo weer tegen. Uiteraard kan ik tijdens het duiken veel beter hèm in de gaten houden, want hij heeft immers zijn camera al om op te letten? Logisch toch?!

18 juni. Gisteravond een bezoek gebracht aan Ny Alesund, dorpje met het noordelijkste postkantoor ter wereld. Hier wonen 40 – 120 mensen, overwegend wetenschappers. Spitsbergen is een paradijs voor geologisch en klimatologisch onderzoek. Daar lopend, in het warm getinte avondlicht, heeft dit dorp iets genoeglijks. Straks, als het weer een half jaar alleen maar donker is en alles dik onder de sneeuw, lijkt het me een ander verhaal. Je moet dan wel heel erg van wetenschap houden! Of je vat misschien spontaan liefde op voor de postbode in het kantoortje.
De afgelopen nacht rustig gevaren. Heel anders dan onze eerste nacht aan boord. De scheepsarts en de purser hebben die eerste nacht veel opvarenden moeten redden die gestrand waren in gangen of toiletten, of die te ziek waren om hun bed uit te komen. Maar die dat eigenlijk wel moesten om de toiletten te bereiken enz. Kortom, er werd veel groen gezien en heel weinig gasten zagen nog iets in het ontbijt. Vandaag is het rustiger weer. We worden wakker in de buurt van de Magdalenagletscher. Indrukwekkende ijsmuren boven de baai. Onherbergzame witte bergen met hoge pieken op de achtergrond. Het is wat nevelig en absoluut stil. Een enkele meeuw zeilt voorbij, ginds duiken een paar zwarte zeekoeten. Uit de luwte van de baai varend, jagen de noordenwind en sneeuwbuien de meeste mensen weer naar binnen. Rond het middaguur wordt iedereen naar buiten geroepen. We passeren de 80e breedtegraad en dat wordt gevierd! Op het achterdek. Een dik stuk ijs wordt uit zee gevist en aan gruzels gelagen. Dit zee-ijs gaat vervolgens in glazen en onder in een flinke laag whisky. Skol op de 80e, iedereen drinkt mee.

De landuitstapjes en het duiken gaan vandaag wegens de weersomstandigheden niet door. Voor ’s avonds is ons een barbecue beloofd. En dat gaat door, in het Liefdefjord nog wel. Met op de achtergrond dit keer de Monacogletscher - ook al zo mooi - op datzelfde achterdek en in een flinke sneeuwstorm: weer es wat anders dan BBQ op het grasveldje bij de buren. Lekker, die warme wijn. De Russische crew zorgt voor Cd's gemaakt voor huilende wolven, verlaten oorden en verkleumd volk. Wie het dan nog koud heeft kan beter naar binnen gaan!

19 juni. Hinlopenstretet (Hindeloopenstraat). Die ouwe Hollandse walvisvaarders hebben hier dus wel iets achtergelaten. Het lijkt stabiel weer en de duik van deze ochtend gaan we maken bij Alkefjellet. De duikers krijgen twee van de vier zodiacs ter beschikking en de gewone mensen de andere twee. Alkefjellet is een imposante rotswand, bevolkt met duizenden broedende dikbekzeekoeten. Het plan is: de gewone mensen maken een zodiactrip om verrekijkend en/of van dichtbij de vogels te kunnen bewonderen. De duikers gaan doen waarvoor zij zijn gekomen. De boten gaan te water en de eerste ploeg gewone mensen daalt af via de loopbrug. De duikers kleden zich om, geven de sets aan de helpende bemanning en gaan via de touwladder naar hun zodiac. Wat het plan direct beïnvloedt is een ± 50 meter brede rand pakijs voor de Alkefjellet. We kunnen er naar toe varen, maar op meer afstand dus dan verwacht. Duiken bij de rots verandert in duiken onder de rand van het pakijs. Met 3 buddyparen tegelijk onder water werken gidslijnen niet in het voordeel. Vrij duiken dus, maar zorg dat je steeds open water boven je kunt blijven zien.
Het ijs is geweldig; in deze tijd van het jaar minstens nog een meter dik, vol gaten, scheuren, bizarre vormen. Dankzij de vele vogels is er veel algengroei en vlak onder het ijs is het leukst. Het heeft geen zin om diep te duiken, op negen meter zie je het ijs al niet meer. Wel prachtige ruimtewezentjes, iriserende kwalletjes, en dingen die bij elkaar krill heten zweeft volop rond. Na een klein uurtje is onze ploeg tevreden terug in de zodiac. Er is behoorlijk wat pakijs bij komen drijven. Het vraagt laveren, zoeken tussen de grote schotsen door en via de walkie-talkie gidsen vanaf de scheepsbrug, om bij open water en weer bij ons schip te komen.
Terug aan dek missen we de andere ploeg duikers. Het blijkt dat zij niet op eigen kracht meer uit het ijs kunnen varen, wat ze ook proberen. Uiteindelijk gaat de Professor Molchanov van het anker en breekt een weg vrij naar deze groep. Duiken is er voor hen niet bij geweest. Tegen de tijd dat ze de sets aan hadden, was er op hun plek al zoveel ijs bij gekomen dat duiken niet meer mogelijk was. Pech wat duiken betreft, maar veel geluk dat ze niet een kwartier eerder te water waren. Het ijs is absoluut onvoorspelbaar.

© Alice van Laar