Een grapje van Poseidon??

Een paar jaar geleden werd ik door Piet Greben, schipper van de Wilhelmina, uitgenodigd voor een duikweekend op de Noordzee. Zaterdagmorgen meldde de Brandaris: “wind zuid-west-west, windkracht 3 tot 4 en een golfhoogte van 60 centimeter”. Dit waren ideale omstandigheden om te duiken in Noordzee. Bij deze omstandigheden wordt onder Noordzeeduikers vaak gesproken van een “Ouwe wijvenzeetje”. Besloten wordt een duik te maken op het wrak van het ss Thasos. De Thasos is in 1895 vergaan. Op een diepte van ca. 18 meter trekt het wrak ieder jaar verscheidene duikers op zoek naar watermeters, gereedschappen, textiel en …..porselein.
Bij het wrak aangekomen zagen we dat het zand dat de vorige keer het schip grotendeels bedekte, nu was verdwenen. Hier en daar staken roestige stukken ijzer en hout boven het zand uit.
In een hoek van een nog opstaande zijkant van het schip zie ik een stuk hout uit het zand steken dat deels een lichtere kleur heeft. Ik zwem er naartoe en probeer het te pakken. Het zit vast. Ik veeg de rest van het zand weg en er komt een groter stuk lichtgekleurd hout vrij. Er wordt nog een plank zichtbaar. Wat kan dit zijn? Een pakket hout? Een kist? Een kist met porselein schiet het door mijn gedachten. Mijn hart begint sneller te kloppen en ik begin sneller te ademen. ‘Ho. Dit moet ik niet doen, sneller ademen kost lucht en dat is schaars onder water. Deze kist moet los voordat ik weer naar boven ga!’ De duikcomputer geeft nog 20 minuten en de manometer wijst nog 150 bar aan. De kist lijkt één brok hout te zijn… een deksel kan ik niet vinden. Nergens een plek waartussen een breekijzer gestoken kan worden. Nog 8 minuten en 80 bar geven de meters aan. Ondertussen begint de stroming weer op te zetten. Ik moet naar boven. Met de nodige inspanning kom ik bij de ankerlijn. Tijdens de veiligheidstop op ca. 4,5 meter krijg ik even tijd om na te denken. Ik baal als een school makrelen; dit had één van de mooiste vondsten kunnen zijn, een kist vol porselein!

Weer aanboord gekomen zie ik ‘de vangst’ van de andere duikers: bronzen watermeters, een oude scheepstakel met pokhouten schijven en nog wat andere zaken. Iedereen is het er over eens dat bij de volgende kentering, over ca. 6 uur, hier opnieuw gedoken moet worden. Tijdens de 6 uur durende wachttijd, fantaseer ik over wat er allemaal in de kist kan zitten: een compleet servies uit 1895, een mooie soepterrine of een stapel borden en kopjes. Ik zal een nieuwe vitrinekast aan moeten schaffen om al dit goed tentoon te stellen.

Op verzoek wordt mijn duikfles tot 250 bar gevuld. Want extra lucht zal ik nodig hebben om de vondst met de hefballon naar boven te krijgen. Het zicht is nu niet meer dan 50 centimeter geworden. Geen probleem. Er is niet veel veranderd. Het deksel is nu goed zichtbaar. Er moet enige kracht gezet worden om de koevoet tussen twee planken te zetten. Het duurt even, maar uiteindelijk komt er beweging in het hout. Er breekt een stuk van de plank af. Te klein om met de hand in de kist te komen. De plank moet er helemaal af. Na enige keren goed wrikken met de koevoet kan ik de plank van de kist trekken en leg hem aan de kant. Even is de kist niet meer zichtbaar, het getrek aan de plank heeft stof doen opwaaien. Als het stof door de stroming meegevoerd is zie de kist weer. Voorzichtig steek ik mijn hand uit om in de kist te voelen. Ik voel niets.
Een witachtig stof komt door de beweging uit de kist omhoog. Het heeft een vezelachtige structuur. Ik houd mijn adem in en voel nu door de hele ruimte. De hoeveelheid stof wordt alleen maar meer. De kist is leeg.
Ik vloek (merde) in mijn automaat en kijk om me heen. Poseidon of de Thasos heeft me te pakken genomen!
Het stof is vergaan linnen, wat deel uitmaakte van de lading. Ik kijk op mijn duikcomputer en manometer: nog 10 minuten en 70 bar.

Tijdens het terugvaren kijk ik uit over de zee en denk aan de twee mooie duiken. De nieuwe vitrinekast is nog niet nodig en mijn huis blijft voorlopig gevrijwaard van de aanvoer van nieuwe rommel vanaf de zeebodem.

Door: Wrakduiker AZ